Een van de eerste geschreven werken in de westerse geschiedschrijving waarin paddenstoelen als medicijn voorkomen is in een verhaal van de Romeinse geschiedschrijver Plinius de Oudere (23-79 AD). In zijn verhaal beschrijft hij het gebruik van de Fomitopsis officinalis als zijnde diuretica en toepassingen bij ademnood, koorts, epilepsie en tuberculose. 

In de Middeleeuwen was het gebruik van paddenstoelen als medicinaal middel wijdverbreid. Bekende veelgebruikte paddenstoelen waren het Judasoor (Aricularia auricula judae), de reuzenbovist (Langermannia gigantea) en de echte tondelzwam (Fomes fomentarius). 

In de tijd van de Renaissance zijn er andere voorbeelden te vinden zoals de Inonotus obliquus, in de volksmond chaga genoemd,die in de 16e eeuw al werd gebruikt in Rusland en Noord Europa tegen tumoren (Zheng et al, 2010). 

In het begin van de 20e eeuw zijn er met familie leden van de paddenstoel, de zogenaamde fungi of schimmels experimenten gedaan en daaruit zijn een aantal geneesmiddel ontstaan die heden ten dage nog worden gebruikt. Een bekend voorbeeld is het antibioticum penicilline dat wordt gewonnen uit de schimmel Penicillium. 

Referenties
    1. Zheng W, Miao K, Liu Y, Zhao Y, Zhang M, Pan S, Dai Y. - Chemical diversity of biologically active metabolites in the sclerotia of Inonotus obliquus and submerged culture strategies for up-regulating their production, Appl Microbiol Biotechnol. 2010 Jul;87(4):1237-54. PMID: 20532760